ballista-katapult

Ballista | Katapult

Kom door met die kogel, anders knapt de kabel van de ballista!

In Matilo is een cohort gelegerd, zo’n 480 man, gespecialiseerd in artillerie. Met enorme ballistae (katapulten) werpen ze brandende projectielen naar de vijand. Elke ballista wordt door minstens 3 legionairs bediend. Dit vraagt om een hechte organisatie en daar zijn de Romeinen heel goed in. Over het hele rijk is het leger hetzelfde georganiseerd. Iedereen kleedt zich hetzelfde, draagt dezelfde wapens en vecht volgens dezelfde laatste strijdkundige inzichten van het keizerrijk.

Het Romeinse leger is een echt beroepsleger. Soldaten zijn in dienst voor 20 jaar en in die tijd is het leger hun leven. Elke legereenheid kan op bevel uit Rome naar de andere kant van het rijk worden gestuurd. Pas als de dienst er opzit mogen soldaten trouwen en een nieuw leven voor zichzelf opbouwen.

De forten, Castella, zijn in het hele rijk hetzelfde ingedeeld. Niet alleen de uitkijktorens waarmee de omgeving in de gaten gehouden wordt, maar ook heel gewone dingen hebben hun eigen vaste plek. Erg handig bij overplaatsing naar een castellum aan de andere kant van het rijk en je moet opeens naar de wc.

^ Naar boven

Dakpan met stempel van de afkorting van het 15e Cohors Voluntariorum gevonden in de vicus in Roomburg. Foto: Henk Snaterse

Matilo: de soldaten

Met de eenheid die in Matilo is gelegerd, is iets bijzonders aan de hand. Er is in Matilo ten minste één infanterieafdeling van zo’n 480 man ondergebracht: het Cohort XV Voluntariorum Civium Romanum Pia Fidelis. Mogelijk is de bezetting groter. Normaal gesproken bemannen de Romeinen de Rijnforten met hulptroepen, geronseld uit overwonnen stammen of onder bondgenoten.

Cohort XV is anders. Het bestaat namelijk uit vrijwilligers die het staatsburgerschap al bezitten. We weten niet zeker waar de soldaten uit dit cohort vandaan komen. Waarschijnlijk stammen ze uit Italië, Spanje of het zuiden van Gallië, waar de bewoners in de 1e eeuw na Chr. al staatsburger zijn. Waarschijnlijk bezit deze vrijwillige eenheid bepaalde specialismen. Archeologische vondsten wijzen op vaardigheden op het gebied van bouw, dakpanproductie, leer- en metaalbewerking. En op een gespecialiseerde artillerieafdeling

^ Naar boven

Cohort

Het Romeinse leger gebruikt de term cohort voor een indeling van de troepen. Een legioen bijvoorbeeld bestaat uit 10 cohorten van 480 soldaten. De hulptroepen opereren in een enkel cohort van ongeveer 500 man, een cohort quingenaria peditata, of één van 1000 man, een cohort miliaria. De Romeinen gebruiken de benaming cohort voor infanterieregimenten of voor een combinatie van infanterie en cavalerie. Volledige ruiterij afdelingen noemen zij alae.

Artillerie

Bij belegeringen bestookt het Romeinse leger de vijand met grote werpkogels. Deze kogels worden door gespecialiseerde artilleristen afgeschoten met torsiekatapulten en mechanische slingers. In Matilo zijn zulke grote hoeveelheden slingerkogels teruggevonden dat de aanwezigheid van een gespecialiseerde artillerieafdeling aannemelijk lijkt. Dat is opmerkelijk want artillerie-eenheden worden doorgaans ondergebracht bij legioenen en niet in een castellum. Misschien behoort de artillerieafdeling van Matilo tot de Romeinse vloot in deze streken. Het is ook mogelijk dat er in Matilo artilleristen gestationeerd zijn ter bescherming van de monding van het kanaal.

^ Naar boven

Een onager, Romeins slingerwerktuig. Hiermee worden slingerkogels afgeschoten. Tekening: Carl van Hees

Ballistae en onagers

De Romeinen maken gebruik van mechanische wapens. Die hebben de Cananefaten niet. Een ballista (meervoud ballistae) is een grote katapult die door de Romeinen bij belegeringen en scheepsslagen wordt gebruikt om projectielen mee weg te schieten. Je kunt er grote kogels mee afvuren.

Aan een zogenaamde onager, een mechanische slinger, kun je zelfs een net vol kogels bevestigen. Zo schiet je een heel salvo ineens af. In Matilo zijn grote hoeveelheden van deze werpkogels gevonden. Om de vijand nog meer schade toe te brengen, kun je ze verhitten. De gloeiende kogels zetten zelfs schepen in brand. Voor het bedienen van een ballista zijn wel drie gespecialiseerde artilleristen nodig.

^ Naar boven

Romeinse werpkogels van terra cotta, verschillend formaat, gevonden in Roomburg. Foto: Henk Snaterse

Kogels

In en om het fort ligt het vol met grote werpkogels. Ze liggen in greppels, kuilen en in de grachten. De kogels zijn van gebakken klei en lokaal geproduceerd in steenbakkerijen langs het kanaal. Artilleristen schieten de kogels af met grote eenarmige slingers en zware torsiekatapulten. De kogels zijn bijzonder effectief als ze gloeiend verhit worden. Schepen zijn zo van een afstand in brand te schieten!

Dit soort artillerie zetten de Romeinen in bij belegeringen en scheepsslagen. De meeste kogels die in Matilo liggen, zijn waarschijnlijk verschoten bij oefeningen. Een ander deel is afval. De opvallend grote hoeveelheid kogels in Matilo doet wel vermoeden dat er een speciale artillerie-afdeling in het fort gestationeerd is. Misschien zijn deze artilleristen onderdeel van de Romeinse vloot in deze streken, of wellicht is Matilo speciaal ingericht om met artillerie de monding van het kanaal te beschermen.

^ Naar boven

Schematische indeling van een Romeins castellum met daarbij aangegeven de benamingen van de belangrijkste elementen. Tekening: Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie BV, drs. R. Schrijvers

Indeling castellum

De Romeinen bouwen hun forten overal ter wereld volgens een vast systeem. Al passen ze ze hier en daar wel wat aan de plaatselijke omstandigheden aan. Elk castellum bestaat uit een rechthoekige ommuring, met minstens op elke hoek een wachttoren. Muren bestaan uit houten palisades geplaatst tegen een aarden, in latere perioden worden de muren opgetrokken uit steen Om elk castellum ligt een gracht.

Een Romeins fort is door twee hoofdwegen verbonden met de omgeving. Die kruisen elkaar loodrecht middenin het fort. De belangrijkste weg heet de via principalis, de tweede straat bestaat uit twee delen: de via praetoria en de via decumana. Bij de meeste castella langs de Rijn is de poort waardoor de via praetoria het fort binnenkomt op de rivier gericht en voert de limesweg over de via principalis dwars door het castellum. Zo ook in Matilo.

Middenin het castellum vind je het hoofdkwartier ( de principia) met daarnaast de commandantswoning (het preatorium). Verderop bevinden zich rijen barakken voor de soldaten.

^ Naar boven

Latrines

De Romeinen hebben nog geen wc’s zoals wij die nu kennen, maar de manschappen kunnen wel gebruik maken van latrines. Dat zijn lange stenen banken met gaten. Je even afzonderen is er niet bij. Wc-papier is er ook niet. Daarvoor in de plaats hebben de Romeinen een spons op een lange stok. In water gedompeld is die klaar voor gebruik.
De Romeinen sluiten hun latrines vaak aan op een riolering. Continu spoelt daar water doorheen, zodat alle ontlasting wordt afgevoerd. In sommige castella voeren aquaducten het water voor de latrines aan. Of in Matilo ook een riolering aangelegd is, weten we niet. Maar een castellum zonder latrines is ondenkbaar.

^ Naar boven


Archeologisch Park Matilo

Tussen de wijken Roomburg en Meerburg in Leiden ligt Archeologisch Park Matilo. In het begin van onze jaartelling hebben de Romeinen hier een fort gebouwd: castellum Matilo. Dat ligt nu onder het park verborgen. Deze archeologische schatkamer is al in 1976 tot rijksmonument verklaard. In afwachting van betere archeologische technieken blijft alles voorlopig onder de grond. Om toch iets van het Romeinse verleden zichtbaar te maken, is een park aangelegd.
Middelpunt is het fort. De hoge aarden wallen met wachttorens wekken het tot leven. Over de Limesweg stap je er zo binnen. Behalve het fort en de Limesweg zijn er nog drie andere sferen die verwijzen naar het leven in en om Matilo. De lappendeken van moestuintjes verbeeldt het ooit zo grillige krekenlandschap van de Rijn. IJzeren keerwanden markeren de oevers van het kanaal van Corbulo. De afwisseling aan de kant van Roomburg doet denken aan het bruisende karakter van het kampdorp daar.
Tientallen berkenbomen verbinden de verschillende sferen met elkaar. Ze roepen herinneringen op aan het oude moerasbos. In dit Hollandse landschap plaatsen de Romeinen op strategische plekken tamme kastanjes. Die staan nu ook bij enkele kruispunten van de Limesweg in het park.

Het verhaal van Matilo
Iedereen kijkt anders. De Cananefaten, toen de bewoners van onze streek, hebben vooral oog voor hun directe omgeving. Ze maken gebruik van de natuur zoals die is. De Romeinen doen dat heel anders. Zij richten hun blik op de horizon en zetten het landschap naar hun hand. Deze twee werelden ontmoeten elkaar in Matilo. Net als in onze samenleving nu nemen zij elkaars gewoontes over en leren ze anders kijken.

De beelden in het park vertellen het verhaal van de Romeinen in Matilo. Over wat ze in onze streek aantreffen, wat ze toevoegen en veranderen en ook wat ze van de lokale bevolking overnemen. Deze website geeft verdere achtergrondinformatie over de Romeinen en de Cananefaten, over het park en het archeologische rijksmonument dat eronder verborgen ligt. En niet te vergeten over de vondsten die bij opgravingen zijn gedaan.